Amersfoort

Palmboompje

Zie lemma "Buxus sempervirens"

Peer (Pyrus)

De peer (pitvrucht) wordt gesnoeid vlak voordat de sapstroom op gang komt: in de late winter, het liefst bij droog weer waarbij het geen kwaad kan wanneer het licht vriest. Na de wintersnoei ontstaan waterloten die eind mei, begin juni weggetrokken moeten worden  wanneer ze ongeveer 10 cm. lang zijn.

Perzik (Prunus persica), pruim (Prunus domestica) 

Snoeien van jonge bomen dient in maart te gebeuren, oudere bomen kunnen ook in juni worden gesnoeid. Zorg voor een open kroon om licht in de kroon  te brengen. Na de hoofdsnoei vormen zich waterloten die in juni weggetrokken moeten worden wanneer ze ongeveer 10 cm. lang zijn. Deze snoei is ook van toepassing op de nectarine en de abrikoos.

Pieris japonica

Zie "Rotsheide"

Prunus familie

Zie "Perzik"

Rotsheide (Pieris japonica)

Bij deze wintergroene heester, die in maart en april bloeit, beperkt het snoeien zich tot het wegnemen van dood hout en evt. een lichte, corrigerende snoei in maart of oktober. 

Rozen

Algemene snoeiregels:

Voorjaar: de beste maand om te snoeien is maart, snoei echter niet bij vorst. Verwijder eerst de dode, zieke en de zwakste van elkaar kruisende takken. Pas vervolgens de juiste snoeimethode toe (zie onderstaande informatie).

Zomer: Knip uitgebloeide bloemen boven het eerste vijftallige blad af. Bij bottelrozen kunnen de uitgebloeide bloemen aan de plant blijven, deze geven namelijk later de bottels.

Wilde scheuten wegknippen of wegtrekken, deze scheuten zijn meestal gedoornd en groeien recht omhoog uit de onderstam. 

Meer tips over het snoeien en verzorgen van rozen zijn te vinden op de website van rozenkwekerij De Wilde.

Botanische rozen (wilde rozen)

De snoei beperkt zich tot het wegknippen van een enkele oude tak, snoei deze tak tot onderaan de grond weg. Dit mag ook in het najaar zodat de takken met bottels op de vaas gezet kunnen worden.

Grootbloemige rozen, trosrozen, lage heesterrozen, miniatuurrozen

Deze rozen bloeien normaliter zomers meer dan één keer. Snoei de roos terug tot 5 hoofdtakken. Deze hoofdtakken mogen vervolgens flink ingekort worden, zware takken tot op 7 ogen en dunnere takken tot op 5 ogen. Snoei boven een naar buiten wijzend oog (een roodpaars puntje).

Klimrozen

Deze rozen worden de eerste 2 tot 3 jaar niet gesnoeid. Bevestig de hoofdtakken van de klimroos op gelijkmatige wijze tegen schutting of muur, gebruik hiervoor stevig bindmateriaal. 

Aan deze hoofdtakken komen scheuten, snoei de scheuten die in het vorige seizoen hebben gebloeid terug tot 2 à 3 cm, hierop zullen zich de nieuwe bloeischeuten ontwikkelen. Wanneer de klimroos te sterk gaat verhouten en alleen nog bovenin bloeit kunnen een aantal takken tot op drie ogen boven de grond worden afgeknipt. De roos zal vanuit deze ogen nieuwe takken gaan vormen. 

Ramblers

Bij deze rozen is nauwelijks snoei nodig, maar vanwege de enorme groeikracht is inkorten wel eens gewenst. Oude en te lange takken kunnen worden teruggeknipt.

Eenmaal bloeiende heesterrozen, bodembedekkende rozen

De eerste twee jaar is nauwelijks snoei nodig. Wanneer er voldoende jonge takken zijn gevormd kan er elk jaar een deel van de oudste takken tot onderaan de grond worden weggeknipt. 

Engelse, historische rozen en doorbloeiende hoge heesterrozen

Deze rozen jaarlijks met de helft of een derde terugknippen. Flink terugknippen geeft minder, maar grotere bloemen op een lagere struik, minder diep terugknippen geeft een meer natuurlijke vorm aan de struik, met veel, maar doorgaans wat kleinere bloemen. De struik zal bij deze snoeimethode onderin wat kaal worden, maar dit kan in een border of achter een buxushaag juist beter zijn.

Stamrozen

Treurrozen hebben nauwelijks snoei nodig. Knip enkele oude takken tot bij de stam weg. Scheuten die vorig jaar hebben gebloeid worden tot 2-3 cm. vanaf de hoofdstam teruggeknipt. De andere stamrozen worden jaarlijks tot 10 cm. van de stam teruggeknipt.